Hoge Raad 24 september 2010

ECLI:NL:HR:2010:BM9758

Datum: 24-09-2010

Onderwerp(en): Huurbeëindiging 290 -bedrijfsruimte

Rechtsgebiedenregister: Huurrecht

Huurrecht. Opzegging tegen einde van de verlengde termijn van huur bedrijfsruimte door opvolgend verhuurder (als bedoeld in art. 7:226 BW) die de ruimte aan een derde wil verhuren. Het tweede lid van art. 7:296 BW heeft slechts betrekking op opzeggingen tegen het einde van de in lid 1 bedoelde eerste termijn. In de leden 3 en 4 van art. 7:296 BW, waarin de opzegging tegen het einde van de verlengde termijn wordt geregeld, is de verplichte afwijzingsgrond van het tweede lid niet herhaald. Opzegging om het verhuurde aan een derde te verhuren, is geen opzegging teneinde het verhuurde “persoonlijk in duurzaam gebruik” te nemen, als bedoeld in art. 7:296 lid 1, onder b, BW. De rechter kan een vordering tot vaststelling van het tijdstip waarop de overeenkomst zal eindigen, niet toewijzen tegen een datum die is gelegen vóór die van zijn uitspraak.

Spreker(s)

mr.-Harm-Heynen.jpg
mr. Harm Heynen

advocaat en partner Boels Zanders advocaten

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: