Hoge Raad 26 februari 2008

ECLI:NL:HR:2008:BC0813

Datum: 26-02-2008

Onderwerp(en): Bedrieglijke bankbreuk

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Rechtsdwaling. Faillissement en vermogen in het buitenland. Verdachte heeft vermogen in België verzwegen voor de curator. Aangevoerd is dat hij dit vermogen niet heeft opgegeven omdat dat volgens zijn raadslieden niet hoefde. HR: Bij de beoordeling van een beroep op rechtsdwaling kunnen verschillende aspecten van belang zijn, waaronder i.c. de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de adviseur, zijn specifieke deskundigheid, de complexiteit van de materie waarover advies wordt ingewonnen en de precieze inhoud van de adviezen (vgl. HR LJN AU4664). Gelet hierop is ‘s Hofs oordeel onjuist noch onbegrijpelijk. Gelet op het doel van de Faillissementswet behoort de curator het gehele vermogen, met inbegrip van gedeelten welke zich niet op Nederlands territoir bevinden, onder zijn bereik en beheer te krijgen, behoudens in zoverre t.a.v. enig vermogensbestanddeel dat zich in een ander land bevindt de rechtsorde van dat land zich daartegen mocht verzetten (HR LJN AB4151). Vzv. op deze uitzondering een beroep wordt gedaan, stuit het af op de omstandigheid dat dit verweer niet voor het eerst in cassatie kan worden gevoerd.

AvdR-TV (1)