Hoge Raad 26 juni 2020

ECLI:NL:HR:2020:1140

Datum: 26-06-2020

Onderwerp(en): 1. Tussentijds hoger beroep en evocatie -HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:61, NJ 2020/137 2. Hoger beroep van vonnis als bedoeld in artikel 3:300 BW -HR 23 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:538, RvdW 2020/447 3. Incidenteel hoger beroep -HR 13 maart 202

Rechtsgebiedenregister: Burgerlijk procesrecht

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Comparitie na aanbrengen in hoger beroep. Had het hof partijen moeten wijzen op recht op mondelinge behandeling ten overstaan van de drie raadsheren die zouden gaan beslissen? HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:472 en HR 17 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:726.

Spreker(s)

Tjalle-Hidma.jpg
mr. Tjalle Hidma

senior rechter Rechtbank Noord-Nederland, oud-hoogleraar Notarieel recht Rijksuniversiteit Groningen, oud-bewerker van het deel Bewijs in de Pitlo-serie

Bekijk profiel
Gert-van-Rijssen.jpg
prof. mr. Gert van Rijssen

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bijzonder hoogleraar rechtspraak Radboud Universiteit

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: