Hoge Raad 26 maart 2019

ECLI:NL:HR:2019:434

Datum: 26-03-2019

Onderwerp(en): Strafuitsluitingsgronden

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Poging tot doodslag door ander met mes in borst te steken, nadat verdachte tijdens gevecht met twee personen n.a.v. nachtelijke ruzie buiten op straat is geslagen en letsel heeft opgelopen, art. 287 Sr. Noodweer, proportionaliteitseis. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:456 m.b.t. proportionaliteitseis bij noodweer. Hof heeft beroep op noodweer verworpen op de grond dat met mes steken in borststreek van A niet in redelijke verhouding staat tot aanval die bestaat uit slaan met blote handen dan wel vuist en omdat verdachte niet eerst heeft gepoogd minder verstrekkend verdedigingsmiddel toe te passen. Dat oordeel is, mede gelet op hetgeen ten verwere is aangevoerd, niet z.m. begrijpelijk, in aanmerking genomen dat (i) verdachte meermalen werd geconfronteerd met A en een voor hem onbekende man, (ii) de laatste confrontatie uiteindelijk uitliep op een gevecht tussen verdachte en de twee anderen, waarbij verdachte meermalen op het hoofd, waaronder met vuisten, is geslagen en letsel heeft opgelopen en (iii) verdachte op het moment van de aanranding door A niet weg kon komen. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel
mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: