Medeplichtigheid aan afpersing in vereniging. Ripdeal waarbij medeverdachten d.m.v. bedreiging met een vuurwapen een ander 916 gram cocaïne afhandig hebben gemaakt, terwijl verdachte het plan had de cocaïne m.b.v. vals geld te bemachtigen. Voldoende verband gronddelict en misdrijf waarop opzet van de medeplichtige was gericht? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2011:BO4471 m.b.t. opzet medeplichtige. Het Hof heeft vastgesteld dat het opzet van verdachte slechts was gericht "op het leveren van hulp aan A en B om met vals geld een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne te verwerven", doch heeft geoordeeld dat dit misdrijf verband hield met de afpersing. In aanmerking genomen wat uit ’s Hofs vaststellingen volgt over de aard van de gedraging van verdachte (valse bankbiljetten aan A geven om daarmee een partij cocaïne te verwerven) en van het gronddelict (afpersing), is ’s Hofs oordeel dat het misdrijf waarop het opzet van verdachte was gericht voldoende verband houdt met de afpersing, niet z.m. begrijpelijk. Daaraan doet niet af hetgeen het Hof heeft overwogen over de overige omstandigheden van het geval (kort gezegd: een illegaal en risicovol gebeuren in het criminele milieu m.b.t. een waardevol goed). CAG: anders.

Up-to-date blijven over Hoge Raad 27 juni 2017

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob ter Haar

docent aan de Universiteit Utrecht en verbonden als buitenpromovendus aan de VU, rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Overijssel

Bekijk profiel
mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: