Hoge Raad 27 maart 2007

ECLI:NL:HR:2007:AZ7084

Datum: 27-03-2007

Onderwerp(en): Strafuitsluitingsgronden

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Verdachte heeft zijn (ex-)vriendin gewurgd. I.c. is zowel aan het primaire verweer dat opzet ontbreekt als aan het subsidiaire verweer dat sprake is geweest van psychische overmacht, ten grondslag gelegd dat verdachte leed aan een zogenaamde dissociatieve stoornis. Het hof heeft vastgesteld dat deze door de verdediging gestelde dissociatieve stoornis bij verdachte niet aannemelijk was geworden. Gelet daarop moet de in het middel aangevallen overweging aldus worden verstaan dat het hof daarmee tot uitdrukking heeft gebracht dat de feiten en omstandigheden waarop de verdediging het beroep op psychische overmacht heeft gegrond, niet aannemelijk zijn geworden. Het middel dat van een andere lezing van genoemde overweging uitgaat, mist feitelijke grondslag en kan niet tot cassatie leiden.

Up-to-date blijven over Hoge Raad 27 maart 2007

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob ter Haar

docent aan de Universiteit Utrecht en verbonden als buitenpromovendus aan de VU, rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Overijssel

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: