Hoge Raad 27 oktober 2020

ECLI:NL:HR:2020:1692

Datum: 27-10-2020

Onderwerp(en): Medeplichtigheid | hennepteelt

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Medeplichtigheid aan hennepteelt door woning beschikbaar te stellen aan anderen voor telen van hennepplanten, art. 3.B Opiumwet. Is verdachte opzettelijk behulpzaam geweest bij telen van hennep? Hof heeft vastgesteld dat verdachte stond ingeschreven op adres en enige bewoner was van woning waarin op bovenverdieping een inwerking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. Hof heeft verder o.m. vastgesteld dat hennepkwekerij ongeveer 14 maanden in bedrijf is geweest, dat op bovenverdieping afvoerpijpen zichtbaar waren, dat door politie bij onderzoek in woning hennepgeur is waargenomen en dat verdachte in die periode van 14 maanden een aantal keren op bovenverdieping van haar woning is geweest. Hof heeft op grond hiervan bewezenverklaard dat verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij telen van hennep. Dit oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.