Hoge Raad 27 oktober 2020

ECLI:NL:HR:2020:1677

Datum: 27-10-2020

Onderwerp(en): Diverse zeden | klachtvereiste

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Smaadschrift door op openbare Facebookpagina filmpje met daarop seksuele afbeeldingen van ex-vriendin te plaatsen (meermalen gepleegd), art. 261.2 Sr. 1. Beroep op niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging en klachtvereiste, art. 66.1 en 269 (oud) Sr en art. 164.1 Sv. Is voldaan aan klachttermijn? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1. Volgens art. 164.1 Sv bestaat klacht in aangifte bij bevoegde ambtenaar met verzoek tot vervolging. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:2242 m.b.t. klachttermijn. Oordeel hof dat in omstandigheden van dit geval (politie heeft op 9-9-2015 met aangeefster informatief voorgesprek gevoerd over het doen van aangifte en daaraan verbonden gevolgen, aangeefster heeft op 19-11-2015 aan politie laten weten aangifte te willen doorzetten en opnemen van die aangifte met vastleggen van het tot vervolging strekkende verzoek van aangeefster heeft, op initiatief van politie eerst op 15-12-2015 plaatsgevonden) 19-11-2015 geldt als datum waarop van wens van klachtgerechtigde tot vervolging is gebleken en dat daarom OvJ ontvankelijk is in vervolging voor tlgd. gedragingen v.zv. die hebben plaatsgevonden 3 maanden voorafgaand aan 19-11-2015 en aldus vanaf 22-8-2015, getuigt niet onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Opvatting dat uit b.m. dient te blijken dat klacht a.b.i. art. 269 Sr is ingediend, is onjuist. Voldoende is dat ttz. van bestaan van klacht is gebleken (vgl. ECLI:NL:HR:2005:AT7555).

Ad 2. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat t.b.v. in arrest genoemde slachtoffer in arrest vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914.