Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 april 2026 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 april 2026 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 april 2026 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28 april 2026 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21 april 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2011:BS1708 Hoge Raad 27 september 2011

ECLI:NL:HR:2011:BS1708

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 27-09-2011

Onderwerp: Blunders klassieke verweren

Overige onderwerpen: Verweren m.b.t. strafbaarheid feit en dader

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Art. 359.2 tweede volzin en 358.3 Sv. De klacht dat 's Hofs motivering niet voldoet aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2 Sv, stuit af op de omstandigheid dat het hier een verweer betreft a.b.i. art. 358.3 Sv. Dienaangaande geldt het motiveringsvoorschrift van de 1e volzin van art. 359 Sv (vgl. HR LJN BB8977, NJ 2009/130).


Uitspraak:

27 september 2011
Strafkamer
nr. 09/04237

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 30 september 2009, nummer 21/003839-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel keert zich tegen de verwerping door het Hof van het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging.

2.2. Voor zover het middel klaagt dat 's Hofs motivering niet voldoet aan het in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv gegeven motiveringsvoorschrift ten aanzien van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten, miskent het dat het hier een verweer betreft waarop ingevolge art. 358, derde lid, Sv bepaaldelijk moet worden beslist. Voor die beslissing geldt het motiveringsvoorschrift van de eerste volzin van eerstgenoemde bepaling (vgl. HR 29 april 2008, LJN BB8977, NJ 2009/130, rov. 6.3).

2.3. In zoverre faalt het middel.

3. Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 27 september 2011.

Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Legalflix