Hoge Raad 12 april 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 5 maart 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2023:485 Hoge Raad 28 maart 2023

ECLI:NL:HR:2023:485

Datum: 28-03-2023

Onderwerp: Noodweer(exces)

Overige onderwerpen: Noodweer(exces), Schokschade, Smartengeld

Rechtsgebiedenregister: Letselschaderecht, Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl



Doodslag door ander met koksmes in borst te steken, art. 287 Sr. 1. Verwerping in hoger beroep van noodweer, noodweerexces en putatief noodweer na ontslag van alle rechtsvervolging in eerste aanleg i.v.m. noodweerexces. 2. Vordering benadeelde partij (kennis van slachtoffer en ooggetuige van dodelijk steekincident) t.z.v. shockschade/schokschade. Middel b.p. over niet-ontvankelijkverklaring in vordering. Is voor toewijzing schokschade “bijzondere affectieve relatie” tussen b.p. en primair slachtoffer vereist?
Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: ’s Hofs verwerping van beroep op noodweer o.g.v. disproportionaliteit is niet onbegrijpelijk. Hof kon oordelen dat gekozen verdedigingsmiddel en manier waarop het is gebruikt niet in redelijke verhouding staat tot ernst van aanranding door slachtoffer A die bestond uit duwen, trekken en spugen in en rond woning van verdachte en zijn toenmalige partner. ’s Hofs verwerping van beroep op noodweerexces op grond dat niet aannemelijk is geworden dat bij verdachte sprake was van hevige gemoedsbeweging tijdens steken, is ook niet onbegrijpelijk, gelet op vaststellingen hof dat A geen bedreigingen heeft geuit, dat worsteling tussen enerzijds A en anderzijds verdachte en zijn partner uitsluitend bestond uit duwen en trekken, dat A had gezegd dat hij kinderen van verdachtes partner niets aan zou doen en dat A zich niet meer in woning van verdachte en zijn partner bevond toen verdachte hem met mes stak. ’s Hofs verwerping van beroep op putatief noodweer is evenmin onbegrijpelijk. Hof kon oordelen dat verdachte niet redelijkerwijs mocht menen dat hij zich met mes moest verdedigen.
Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:958 over vergoedbaarheid van schokschade. Daaruit volgt dat bij beoordeling van recht op vergoeding van schade veroorzaakt door onrechtmatig teweegbrengen van hevige emotionele schok in daar bedoelde zin, o.m. aard en hechtheid van relatie tussen primair en secundair slachtoffer een rol speelt, waarbij geldt dat bij ontbreken van nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen. ’s Hofs oordeel dat b.p. niet in vordering kan worden ontvangen op enkele grond dat tussen hem en primair slachtoffer geen “bijzondere affectieve relatie” vaststaat, getuigt van onjuiste rechtsopvatting. Toewijsbaarheid van schokschade moet immers worden beoordeeld aan hand van gewicht dat in gegeven omstandigheden kan worden toegekend aan in ieder geval de in HR:2022:958 genoemde gezichtspunten, waarbij dus niet op voorhand doorslaggevend is of sprake is van “bijzondere affectieve relatie”. V.zv. ’s hofs oordeel berust op opvatting dat art. 287 Sr niet belangen beoogt te beschermen van iemand die, al dan niet o.g.v. “bijzondere affectieve relatie” tussen hem en primair slachtoffer, aanspraak maakt op vergoeding van schokschade, miskent het dat niet is vereist dat b.p. is getroffen in belang dat door overtreden strafbepaling rechtstreeks wordt beschermd (vgl. HR:2019:793). Dit brengt mee dat als rechter oordeelt dat iemand recht heeft op vergoeding van schokschade die rechtstreeks gevolg is van jegens primair slachtoffer gepleegd strafbaar feit, ook dit secundaire slachtoffer kan worden aangemerkt als slachtoffer a.b.i. art. 51a.1.a Sv.
Volgt vernietiging t.a.v. strafoplegging en beslissing op vordering van (betreffende) b.p. CAG gaat in op partiële intrekking cassatieberoep verdachte (m.b.t. niet-ontvankelijkverklaring b.p. in vordering) en op omstandigheid dat schriftuur b.p. is ingediend vóór verzending kennisgeving ex art. 435.2 Sv.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel docent Universiteit Utrecht

prof. mr. Fokko Oldenhuis

universitair hoofddocent Rijksuniversiteit Groningen de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht Rijksuniversiteit Groningen, tevens bijzonder hoogleraar Religie en Recht