Hoge Raad 28 september 2018

ECLI:NL:HR:2018:1810

Datum: 28-09-2018

Onderwerp(en): Rolverdeling tussen rechter en partijen

Rechtsgebiedenregister: Verbintenissenrecht, Transport- en handelsrecht, Verzekeringsrecht, Letselschaderecht, Burgerlijk procesrecht, Vastgoedrecht

Wetsartikelen: Art. 392 Rv, Art. 6:265 lid 1 BW, Art. 6:265 lid 2 BW, Art. 6:74 lid 1 BW, Art. 6:86 BW, Art. 7:231 lid 1 BW, Art. 7A:1623n, Art. 393 lid 10 Rv

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; huurrecht. Uitleg van art. 6:265 lid 1 BW. Voorwaarden voor ontbinding van wederkerige overeenkomst. Verhouding tussen hoofdregel en tenzij-bepaling. Rechtspraak Hoge Raad. Gelden bijzondere eisen voor ontbinding van een huurovereenkomst van sociale woonruimte?

Spreker(s)

mr.-Petra-de-Bruin.jpg
mr. Petra de Bruin

senior rechter Rechtbank Rotterdam

Bekijk profiel
Tjalle-Hidma.jpg
mr. Tjalle Hidma

senior rechter Rechtbank Noord-Nederland, oud-hoogleraar Notarieel recht Rijksuniversiteit Groningen, oud-bewerker van het deel Bewijs in de Pitlo-serie

Bekijk profiel
mr-v2.-ROUNDEL.jpg
mr. dr. Luuk Reurich

raadsheer plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag, rechter plaatsvervanger Rechtbank Noord-Holland

Bekijk profiel
Gert-van-Rijssen.jpg
prof. mr. Gert van Rijssen

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bijzonder hoogleraar rechtspraak Radboud Universiteit Nijmegen

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: