ECLI:NL:HR:2019:95

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 29-01-2019

Onderwerp: Medische verklaring

Rechtsgebiedenregister: Psychiatrisch patiëntenrecht

Vindplaats: Extern


Inhoudsindicatie:

Jeugdzaak. O.m. poging tot afpersing en openlijke geweldpleging te Drachten. Middelen over eendaadse samenloop en een ingenomen standpunt t.a.v. vordering b.p. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt PG.


Uitspraak:

29 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/04592
JHO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 20 september 2017, nummer 21/003956-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] (Saoedi-Arabië) op [geboortedatum] 1997.

1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2019.