Hoge Raad 29 januari 2019

ECLI:NL:HR:2019:110

Datum: 29-01-2019

Onderwerp(en): Schuld

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Webinars over deze uitspraak

Dood door schuld in het verkeer, art. 6 WVW 1994. Dodelijk verkeersongeval veroorzaakt door psychose t.g.v. amfetaminegebruik te wijten aan schuld verdachte? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO5822 en ECLI:NL:HR:2008:BC3797 m.b.t. bestanddeel “schuld” in art. 6 WVW 1994 en verontschuldigbare onmacht. ’s Hofs oordeel dat sprake is van “schuld” in de zin van art. 6 WVW 1994 is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat Hof heeft vastgesteld dat verdachte de keuze om amfetamine te gebruiken volledig vrijwillig heeft gemaakt, dat hij wist dat dit een harddrug was en dus een middel was dat (op gevaarlijke wijze) van invloed kan zijn op de psyche en dat hij is overgegaan tot het gebruik daarvan, zonder zich van tevoren te verdiepen in de dosering en de (mogelijke) precieze effecten daarvan, waaronder ook de duur van die effecten. Opvatting dat een en ander slechts dan aan verdachte zou kunnen worden toegerekend als hij wist, dan wel moest weten, dat het gebruik van amfetamine een psychose zou kunnen veroorzaken en voorts ook het concrete gevolg daarvan - het plegen van de onderhavige strafbare feiten - redelijkerwijs voorzienbaar was, vindt geen steun vindt in het recht. Ook overigens getuigt ’s Hofs oordeel dat sprake is van “schuld” in de zin van art. 6 WVW 1994 niet van een onjuiste rechtsopvatting, is het niet onbegrijpelijk en ook in het licht van hetgeen in h.b. door de verdediging is aangevoerd, voldoende gemotiveerd. Volgt verwerping.

Spreker(s)

mr. R. ter Haar

docent aan de Universiteit Utrecht en verbonden als buitenpromovendus aan de VU, rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Overijssel

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: