Hoge Raad 29 juni 2004

ECLI:NL:HR:2004:AO5070

Datum: 29-06-2004

Onderwerp(en): Verschoningsrecht

Rechtsgebiedenregister: Huurrecht, Verbintenissenrecht, Burgerlijk procesrecht, Arbeidsrecht

1. Afgeleid verschoningsrecht stichting. 2. Afweging verschoningsrecht tegen belang waarheidsvinding. 3. Gegevens werknemers en Wet bescherming persoonsgegevens.

Beklag tegen inbeslagneming onder stichting (academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie) en haar directeur van envelop met persoonsgegevens van verdachten (oud-patiënten) van seksueel delict in dat centrum en envelop met persoonsgegevens van getuigen (werknemers). Ad 1. Aan de stichting als rechtspersoon komt geen zelfstandig verschoningsrecht toe. Oordeel rb dat aan de stichting ook geen afgeleid verschoningsrecht toekomt, is in zijn algemeenheid onjuist. Ad 2. Onder zeer uitzonderlijke omstandigheden prevaleert het belang van de waarheidsvinding boven het verschoningsrecht van de arts. Oordeel rb dat daarvan in casu sprake is, is onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 3. Oordeel rb dat persoonsgegevens van de werknemers vatbaar zijn voor inbeslagneming, is onjuist noch onbegrijpelijk en niet onverenigbaar met de Wet bescherming persoonsgegevens.

Spreker(s)

Gert-van-Rijssen.jpg
prof. mr. Gert van Rijssen

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bijzonder hoogleraar rechtspraak Radboud Universiteit Nijmegen

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: