Hoge Raad 3 juli 2012

ECLI:NL:HR:2012:BW9968

Datum: 03-07-2012

Onderwerp(en): Kennelijke leugenachtigheid

1. Ongegronde bewijsklacht. 2. Kennelijk leugenachtige verklaring. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN ZD0413, AD8873 en AT2897. Voor zover het Hof zijn oordeel dat verdachte leugenachtig heeft verklaard heeft gegrond op de verklaring van de medeverdachte geldt dat deze verklaring geen steun vindt in ander bewijsmateriaal zodat niet zonder meer begrijpelijk is dat die verklaring voldoende grondslag biedt voor het oordeel over de kennelijke leugenachtigheid. Dat verdachte zelf geen verklaring heeft willen geven kan in dit verband geen rol spelen. De bewezenverklaring is ontoereikend gemotiveerd.

Spreker(s)

mr-v2.-W.J.-Ausma-image.jpg
mr. W.J. Ausma

advocaat Ausma De Jong advocaten

Bekijk profiel
mr.-G.H.-Meijer-image.jpg
mr. G.H. Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel