Hoge Raad 3 november 2020

ECLI:NL:HR:2020:1726

Datum: 03-11-2020

Onderwerp(en): Onpartijdige rechter?

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Openlijke geweldpleging, art. 141 Sr. 1. Vordering b.p. Hoofdelijke aansprakelijkheid o.g.v. art. 6:166 BW. 2. Schending recht op behandeling zaak door onpartijdige rechter, nu oudste rechter ttz. in h.b. uitlating heeft gedaan m.b.t. te beantwoorden rechtsvraag? Art. 6 EVRM. 3. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:2914 (civiele kamer) omtrent individuele aansprakelijkheid van tot groep behorende personen (deelnemers) voor onrechtmatig vanuit groep toegebrachte schade ex art. 6:166 BW. Opvatting dat enkele vrijspraak van strafverzwarende omstandigheid van art. 141.2.1 Sr in de weg staat aan toepassing van art. 6:166 BW, is gelet op wat hiervoor is vooropgesteld onjuist.

Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2000:AA7956, inhoudende dat rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen. Enkele omstandigheid dat rechter tijdens behandeling van zaak uitlating heeft gedaan over regelgeving of rechtspraak die mogelijk van belang is voor beoordeling van de aan de orde zijnde vragen, betreft niet uitzonderlijke omstandigheid als hiervoor bedoeld.

Ad 3. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Vervolg op ECLI:NL:HR:2018:1082.