Gerechtshof Amsterdam 19 februari 2026 Hoge Raad 13 februari 2026 Hoge Raad 13 februari 2026 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 februari 2026 Hoge Raad 10 februari 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2023:1269 Hoge Raad 3 oktober 2023

ECLI:NL:HR:2023:1269

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 03-10-2023

Onderwerp: Meer recente voorbeelden werking UOS

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Medeplegen mishandeling door na het verlaten van shoarmazaak een ander, die achter het stuur van zijn auto zit, meermalen tegen zijn hoofd te slaan, art. 300.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. bewijsvoering, art. 359.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: V.zv. aangevoerde als uos dient te worden aangemerkt, ligt motivering van verwerping van verweer in voldoende mate besloten in de door hof gebruikte bewijsmiddelen. Hof was niet tot nadere motivering gehouden. Volgt verwerping.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02282

Datum 3 oktober 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 mei 2021, nummer 22-004494-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met de tweede volzin van het tweede lid van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de bewijsvoering.

2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 8.

3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. In het licht van de omstandigheid dat de verdachte strafbaar is verklaard maar dat geen straf of maatregel is opgelegd, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2023.

Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Legalflix