Hoge Raad 29 mei 2026 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2026 Rechtbank Noord-Holland 22 mei 2026 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 mei 2026 Rechtbank Amsterdam 18 mei 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2023:1003 Hoge Raad 30 juni 2023

ECLI:NL:HR:2023:1003

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 30-06-2023

Onderwerp: Schadevergoedingsprocedure

Overige onderwerpen: 43
43
HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1003 (X/Staat)
Verzoek voorlopig getuigen verhoor (voldoende belang? Misbruik van bevoegdheid?)
Belastingfraude, strafrechtelijk veroordeeld
Bewijsrecht: bewijsmiddelen, 44
44
HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1003 (X/Staat)
Verzoek voorlopig getuigen verhoor (voldoende belang? Misbruik van bevoegdheid?)
Belastingfraude, strafrechtelijk veroordeeld, 58
58
HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1003 (X/Staat)
Verzoek voorlopig getuigen verhoor (voldoende belang? Misbruik van bevoegdheid?)
Belastingfraude, strafrechtelijk veroordeeld, 65
65
HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1003 (X/Staat)
Verzoek voorlopig getuigen verhoor (voldoende belang? Misbruik van bevoegdheid?)
Belastingfraude, strafrechtelijk veroordeeld, Feiten vaststellen met behulp van getuigen, Pré-processueel informatie inzamelen, Schadevergoedingsprocedure, Verzoek voorlopig getuigen verhoor

Rechtsgebiedenregister: Erfrecht, Verbintenissenrecht, Burgerlijk procesrecht, Personen- en familierecht, Vastgoedrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verzoek om voorlopig getuigenverhoor in verband met voorgenomen procedure tegen de Staat. Gebrek aan belang? Misbruik van bevoegdheid?


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/03908

Datum 30 juni 2023

BESCHIKKING

In de zaak van

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: D. Rijpma,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN FINANCIËN, BELASTINGDIENST),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: G.C. Nieuwland.

1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/612810/ HA RK 21-230 van de rechtbank Den Haag van 7 oktober 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.302.546/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 juli 2022.

[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 30 juni 2023.

Spreker(s)

prof. mr. Gert van Rijssen

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bijzonder hoogleraar rechtspraak Radboud Universiteit Nijmegen