Hoge Raad 30 juni 2020

ECLI:NL:HR:2020:1162

Datum: 30-06-2020

Onderwerp(en): Zwijgrecht en procesopstelling | medeplegen woningoverval Heerhugowaard

Woningoverval in Heerhugowaard in 2009. Medeplegen diefstal met geweld van groot geldbedrag (ongeveer € 400.000), art. 312.2.2 Sr. Toereikend bewijs medeplegen? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:3474, ECLI:NL:HR:2015:718 en ECLI:NL:HR:2016:1316 m.b.t. motiveringsplicht voor rechter ingeval medeplegen niet bestaat uit gezamenlijke uitvoering. Daarbij kan van belang zijn in hoeverre concrete omstandigheden van het geval door rechter kunnen worden vastgesteld, in welk verband procesopstelling van verdachte een rol kan spelen (vgl. ECLI:NL:HR:2016:1315 en ECLI:NL:HR:2016:1323). Omstandigheid dat verdachte weigert verklaring af te leggen of bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf, mede gelet op art. 29.1 Sv, niet tot bewijs bijdragen. Rechter mag echter bij zijn bewijsoordeel in aanmerking nemen dat verdachte voor omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met verdere inhoud van b.m. beschouwd redengevend kan worden geacht voor bewijs van aan hem tlgd. feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven. Hof heeft in zijn bewijsoverweging gemotiveerd op grond waarvan naar zijn oordeel tlgd. medeplegen bewezen is. ‘s Hofs oordeel dat door hem in aanmerking genomen f&o in hun onderling verband en samenhang voldoende zijn om te kunnen spreken van voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking van verdachte met zijn mededaders, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat verdachte bij overval gebruikte auto heeft geregeld, dat hij deze auto kort na overval heeft weggemaakt en dat hij beschikking heeft gekregen over groot deel van buit, hetgeen naar ’s hofs oordeel duidt op groot aandeel in planning, organisatie en/of uitvoering van overval in woning terwijl hof in zijn oordeel heeft betrokken dat verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven die redengevendheid van verschillende b.m. ontzenuwt. Volgt verwerping.

Spreker(s)

mr-v2.-W.J.-Ausma-image.jpg
mr. W.J. Ausma

advocaat Ausma De Jong advocaten

Bekijk profiel
mr.-G.H.-Meijer-image.jpg
mr. G.H. Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel