ECLI:NL:HR:2025:1441
Rechtbank:Hoge Raad
Datum: 30-09-2025
Onderwerp: Demonstratierecht
Overige onderwerpen: ECLI:NL:HR:2025:1313
Rechtsgebiedenregister: Strafrecht
Vindplaats: Avdr.nl
Inhoudsindicatie:
Medeplegen lokaalvredebreuk in hal van ministerie van Economische Zaken tijdens demonstratie (art. 139.1 Sr). Verweer strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging vanwege onverenigbaarheid van strafvervolging met art. 10 en 11 EVRM. Om redenen vermeld in HR:2025:1313 slaagt middel. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01578, 24/01579, 24/01580, 24/01581 24/01583, 24/01584 en 24/01632. CAG: anders.
Uitspraak:
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01582
Datum 30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 april 2024, nummer 22-002998-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Het cassatiemiddel is schriftelijk toegelicht.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de verwerping van het verweer dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege onverenigbaarheid van de strafvervolging met artikel 10 en 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2.2
Voor zover het cassatiemiddel daarover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 24/01580, ECLI:NL:HR:2025:1313.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien, M. Kuijer, F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.