Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21 april 2026 Rechtbank Midden-Nederland 14 april 2026 Rechtbank Limburg 31 maart 2026 Rechtbank Oost-Brabant 30 maart 2026 Rechtbank Overijssel 30 maart 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2025:1402 Hoge Raad 30 september 2025

ECLI:NL:HR:2025:1402

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 30-09-2025

Onderwerp: Medeplegen

Overige onderwerpen: ECLI:NL:HR:2025:1402

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Caribische zaak. Medeplegen gekwalificeerde doodslag in Curaçao (art. 2:260 SrC). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht medeplegen. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft kennelijk geoordeeld (en kunnen oordelen) dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat slachtoffer leven zou laten. Dat verdachte mogelijk niet precies wist op welke wijze slachtoffer zou worden gedood, maakt dat niet anders. O.b.v. planmatige wijze waarop verdachte en medeverdachten te werk gingen, kon hof voorts oordelen dat nauw en bewust is samengewerkt. Ook ’s hofs kennelijke conclusie o.g.v. inhoud van vooropgezet plan dat doden van slachtoffer plaatsvond met oogmerk om ‘straffeloosheid of bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren’, is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02878 C en 24/03678 C.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/03689 C

Datum 30 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 juli 2024, nummer H-24/21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H.M.W. Daamen bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van – kort gezegd – gekwalificeerde doodslag.

2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 1.8 en 2.

3Beoordeling van het tweede, het derde en het vierde cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.

Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht