Hoge Raad 4 juli 2017

ECLI:NL:HR:2017:1016

Datum: 04-07-2017

Onderwerp(en): Getuigenverzoeken

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Ondervragingsrecht, steunbewijs. Getuigen. Art. 6 EVRM. Steunt de bewezenverklaring in beslissende mate op verklaringen van getuige die zich bij de RC en de Rh-C op haar verschoningsrecht heeft beroepen? In voorafgaande opmerkingen noemt HR relevante overwegingen uit EHRM 15 december 2015, 9154/10 (Schatschaschwili/Duitsland) m.b.t. “sole or decisive rule”. HR staat stil bij eisen eerlijk proces m.b.t. bewezenverklaring die al dan niet in beslissende mate op een verklaring van een niet gehoorde getuige wordt gebaseerd, de vraag wanneer bewezenverklaring in beslissende mate steunt op de verklaring van niet ondervraagde getuige en de aan te leggen toets in cassatie.

Indien een getuige zich van het geven van een getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen verschoont en de getuige dientengevolge weigert antwoord te geven op de vragen die de verdediging hem stelt of doet stellen, ontbreekt een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BX5539). Oordeel Hof dat betrokkenheid van verdachte voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen en dit steunbewijs betrekking heeft op die onderdelen van de verklaringen van de getuige die door verdachte zijn betwist geeft, gelet op vooropstelling en de inhoud van de gebezigde bm niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 16/00865; 16/01127; 16/01291; 16/01363 en 16/02233.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: