Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 12 maart 2024 Hoge Raad 5 maart 2024 Hoge Raad 5 maart 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2022:1324 Hoge Raad 4 oktober 2022

ECLI:NL:HR:2022:1324

Datum: 04-10-2022

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: LegalFlix



Beklag ex art. 552a Sv na vordering van gegevens (medisch dossier van kind) bij ziekenhuis i.v.m. onderzoek naar poging doodslag/zware mishandeling door moeder. Medisch verschoningsrecht, art. 218 Sv. Is sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van afgeleid verschoningsrecht rechtvaardigen? Ziekenhuis beroept zich op afgeleid verschoningsrecht m.b.t. de vordering van het medisch dossier van 3-jarig kind v.zv. dat ziet op de ziekenhuisopname waarbij GHB is aangetroffen in bloed van het kind. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:1999:ZD7280, HR:2017:1205 en HR:2004:AO5070 m.b.t. zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin belang dat waarheid aan het licht komt moet prevaleren boven verschoningsrecht. Rb heeft van belang geacht dat (i) het gaat om verdenking van ernstig strafbaar feit t.a.v. zeer jong kind, (ii) in het bloed van kind aanzienlijke hoeveelheid GHB is aangetroffen, terwijl in slaapkamer van verdachte een flesje GHB is aangetroffen en meerdere personen hebben verklaard dat verdachte drugs gebruikte waaronder GHB, (iii) de gevorderde gegevens alleen betrekking hebben op opname van kind op opnamedag, (iv) forensisch arts van NFI brongegevens nodig heeft om vast te stellen welke hoeveelheid GHB precies is aangetroffen in bloed van het kind en welke gevaren dit met zich bracht en (v) deze gegevens bovendien niet op andere wijze zijn te verkrijgen. M.b.t. de onder (iv) en (v) vermelde omstandigheden heeft Rb kennelijk o.g.v. mededelingen van OvJ over achtergrond van de vordering van de gegevens, als vaststaand aangenomen dat de door OM aangezochte forensisch arts het geheel aan medische “brongegevens” m.b.t. ziekenhuisopname van het kind op de opnamedag nodig heeft om “gedegen” forensisch onderzoek te kunnen doen naar gevaar waaraan kind heeft blootgestaan door de in zijn bloed aangetroffen GHB. Daaruit volgt dat informatie waarvan OM op andere, indirecte wijze kennis heeft gekregen en mogelijk bij de instantie Veilig Thuis op te vragen informatie voor dat forensisch onderzoek niet volstaat, mede in aanmerking genomen dat daarbij de juistheid en volledigheid van deze indirect verkregen of te verkrijgen medische informatie niet kan worden vastgesteld. Gelet op dit een en ander getuigt oordeel Rb dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden als hiervoor bedoeld niet van onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel (ook in licht van wat namens klaagster is aangevoerd) toereikend gemotiveerd.
Volgt verwerping. CAG: anders.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

Merle Engelen

voorzitter Stichting Vrouwenrechtswinkel Maastricht student Maastricht University