Hoge Raad 5 april 2011

ECLI:NL:HR:2011:BP2208

Datum: 05-04-2011

Onderwerp(en): Schuld

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Art. 6 WVW. HR verwijst naar HR LJN AO5822. Het Hof heeft blijkens de gebezigde bewijsmiddelen en de overwegingen t.a.v. de bewezenverklaring vastgesteld dat de verdachte als bestuurder van een elf meter lange vrachtwagencombinatie reed op de Stadionkade te Amsterdam, dat hij op het kruispunt met de Parnassusweg zijn vrachtauto tot stilstand heeft gebracht naast het eveneens voor dat kruispunt met haar fiets stilstaande slachtoffer, dat de verdachte vervolgens rechtsaf is geslagen in de veronderstelling dat de fietsster, die hij in de spiegels niet meer had gezien, al rechtsaf was geslagen en dat hij niet met voldoende zekerheid had vastgesteld dat de fietsster zich niet langer in de directe nabijheid van zijn voertuig bevond. Gelet op die vaststellingen is 's Hofs oordeel dat de verdachte zodanig aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden dat sprake is van schuld in de zin van art. 6 WVW 1994 niet onjuist of onbegrijpelijk.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: