De opvatting dat het de strafrechter bij de vraag of art. 486 Sv van toepassing is, niet vrij staat af te wijken van in de GBA vermelde gegevens omtrent de leeftijd van verdachte t.t.v. het begaan van het feit, is onjuist. Het hof, dat terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat het aankomt op de feitelijke leeftijd van verdachte, kon dus ter bepaling van die leeftijd ook andere gegevens (i.c. botonderzoek) bij zijn onderzoek betrekken.

Spreker(s)

Ad-van-der-Linde.jpg
mr. Ad van der Linden

oud-(kinder)rechter, medewerker Universiteit Utrecht, voorzitter Beroepscollege Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) en van de Regionale Klachtencommissie Jeugd Eemland

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: