Rechtbank Oost-Brabant 12 februari 2026 Rechtbank Oost-Brabant 12 februari 2026 Rechtbank Overijssel 5 januari 2026 Rechtbank Oost-Brabant 24 december 2025 Rechtbank Noord-Nederland 23 december 2025 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2024:169 Hoge Raad 5 maart 2024

ECLI:NL:HR:2024:169

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 05-03-2024

Rechtsgebiedenregister: Jeugdrecht strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Medeplegen moord door in 2019 in Amstelveen meermalen met vuurwapen op hoofd en lichaam van ander te schieten, art. 289 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 10 jaren). Verweer dat minderjarigenstrafrecht moet worden toegepast op 17-jarige verdachte, art. 77b Sr. HR: art. 81.1 RO.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/04940

Datum 5 maart 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 15 december 2022, nummer 23-003060-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal M.L.C.C. Lückers heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 maart 2024.

Spreker(s)

mr. Jetty Gerritse

senior rechter Rechtbank Midden-Nederland