Poging doodslag. Steken met een mes in de buikstreek van een slachtoffer dat een steekwerend vest droeg; aanmerkelijke kans? Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte slachtoffer met kracht met een mes in de buikstreek heeft gestoken en heeft daaruit afgeleid dat verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van slachtoffer had, nu het met kracht met een mes steken in de buikstreek, waar zich vitale organen bevinden, een aanmerkelijke kans op de dood oplevert en verdachte die kans bewust heeft aanvaard. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Dat de toegebrachte verwonding nadien niet levensbedreigend bleek te zijn omdat slachtoffer op het moment van steken een steekwerend vest droeg, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat het Hof heeft vastgesteld dat verdachte met zodanige kracht heeft gestoken dat het steekwerende vest door de messteek is doorboord. Overigens is, gelet op het (toekomstgerichte) karakter van een poging, zo’n bijz. omstandigheid als het dragen van een steekwerend vest niet onverenigbaar met de voor een poging toereikende vaststelling dat het met kracht steken van een mes in de buikstreek normaal gesproken een aanmerkelijke kans op de dood doet ontstaan.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel
mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: