Hoge Raad 6 juni 2017

ECLI:NL:HR:2017:1019

Datum: 06-06-2017

Onderwerp(en): Zwijgrecht en procesopstelling | medeplegen woninginbraak Bodegraven

Medeplegen van poging tot diefstal met braak in een woning in Bodegraven, art. 311 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:3474, ECLI:NL:HR:2015:718 en ECLI:NL:HR:2016:1316 m.b.t. gevallen waarin medeplegen niet bestaat in een gezamenlijke uitvoering, ECLI:NL:HR:2016:1315 en ECLI:NL:HR:2016:1323 m.b.t. de rol van de procesopstelling van verdachte en ECLI:NL: HR:2016:1323 m.b.t. het belang van het uitblijven van een aannemelijke verklaring van verdachte. De door het Hof in aanmerking genomen f&o zijn voldoende om te kunnen aannemen dat de bijdrage van verdachte aan de bewezenverklaarde poging tot inbraak van voldoende gewicht is om van medeplegen te kunnen spreken. Samenhang met 15/04608.

Spreker(s)

mr-v2.-W.J.-Ausma-image.jpg
mr. W.J. Ausma

advocaat Ausma De Jong advocaten

Bekijk profiel
mr.-G.H.-Meijer-image.jpg
mr. G.H. Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel