Hoge Raad 6 november 2018

ECLI:NL:HR:2018:2058

Datum: 06-11-2018

Onderwerp(en): Noodweer

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Noodweer en noodweerexces nadat noodweersituatie is geëindigd, art. 41 Sr. Poging tot doodslag, art. 45 jo. 287 Sr en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (meermalen gepleegd), art. 285 Sr door bij caféruzie in Nootdorp geladen vuurwapen uit auto te pakken en dit op A en andere personen te richten, nadat verdachte meerdere keren met riem door A is geslagen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:456 m.b.t. situatie waarin ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding is geëindigd. Hof heeft vastgesteld dat verdachte, nadat het tot een confrontatie was gekomen met A waarbij hij door A meerdere malen met een riem werd geslagen, naar de auto is gelopen, waarna hij meerdere keren in en uit de auto is gestapt en een geladen wapen heeft gepakt dat hij op A en andere personen heeft gericht. Hof heeft o.g.v. deze vaststellingen geoordeeld dat t.t.v. de bewezenverklaarde gedragingen de mishandeling door A was geëindigd en dat, nu ook geen sprake was van een (andere) fysieke aanval op verdachte, zijn vrouw of zijn dochter dan wel een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor, geen sprake was van een wederrechtelijke aanranding, zodat het beroep op noodweer niet mogelijk is. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Hof heeft voorts geoordeeld dat verdachte geen beroep op noodweerexces toekomt reeds omdat t.t.v. de bewezenverklaarde gedragingen geen sprake was van een noodweersituatie. Daarmee heeft Hof evenwel miskend dat een beroep op noodweerexces ook nog mogelijk is nadat een noodweersituatie is geëindigd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Spreker(s)

mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: