Hoge Raad 6 oktober 2020

ECLI:NL:HR:2020:1488

Datum: 06-10-2020

Onderwerp(en): Noodweer

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Poging tot doodslag door als politieagent 2 maal kogel af te vuren in de richting van aan te houden verdachte, waarbij een kogel het achterhoofd van die persoon heeft geraakt/geschampt en tweede kogel diens (onder)lichaam is binnengedrongen (art. 287 Sr). Handelen ter uitvoering van wettelijk voorschrift, art. 42 Sr. Toegepast geweld verenigbaar met beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit? In een geval als het onderhavige, waarin politieambtenaar wordt vervolgd wegens geweldsmisdrijf omdat hij ter aanhouding van verdachte vuurwapengeweld heeft aangewend, volgt uit juridisch kader dat succesvol beroep op art. 42 Sr slechts mogelijk is als is gehandeld overeenkomstig de mede in art. 7.1 en 7.5 Politiewet tot uitdrukking gebrachte beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Hof is ervan uitgegaan dat verdachte in de gegeven omstandigheden bevoegd was om slachtoffer aan te houden op verdenking van poging tot doodslag op een of meer politieambtenaren door met auto op hen in te rijden en dat deze aanhoudingsbevoegdheid in zijn algemeenheid gebruik van gepast geweld met zich kan brengen. M.b.t. door verdachte toegepast geweld heeft hof o.m. vastgesteld dat verdachte 2 maal met vuurwapen heeft geschoten terwijl slachtoffer auto had verlaten en alleen en ongewapend (voorovergebogen) wegrende. Een afgevuurde kogel schampte of raakte het achterhoofd van slachtoffer, de andere raakte diens (onder)lichaam; daarbij vuurde verdachte in de richting van woonwijk/winkelgebied, waar mensen liepen. Verder heeft hof vastgesteld dat op dat moment geen sprake was van enig acuut dreigend gevaar. Daarnaast heeft hof vastgesteld dat zichtbaar vlakbij verdachte politiebus stond, met daarin 2 verbalisanten die achtervolging hadden kunnen inzetten teneinde slachtoffer aan te houden. ‘s Hofs op deze omstandigheden gebaseerde oordeel dat beroep op strafuitsluitingsgrond van art. 42 Sr niet slaagt omdat verdachte zijn bevoegdheid om “aanhoudingsvuur” te gebruiken heeft overschreden door in strijd te handelen met beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: