Hoge Raad 7 februari 2017

ECLI:NL:HR:2017:167

Datum: 07-02-2017

Onderwerp(en): Kinderen art. 240 a/b Sr. | toegang verschaffen ex 240b

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

OM-cassatie. Wijziging c.q. verruiming van art. 240b Sr; strafbaarstelling van het zich d.m.v. een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang verschaffen tot kinderporno (naast “het bezitten” daarvan). De HR licht het strafbaar gestelde nader toe en wijst erop dat het enkele bekijken van kinderporno niet strafbaar is gesteld. HR overweegt voorts: van "zich toegang verschaffen" is sprake als verdachte een gedraging verricht die is gericht op het verkrijgen van toegang tot kinderporno. Het opzet van verdachte dient, al dan niet in voorwaardelijke vorm, te zijn gericht op het verkrijgen van die toegang. In de overweging van het Hof ligt als zijn oordeel besloten dat voor bewezenverklaring van het bestanddeel "zich d.m.v. een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaft" uit de b.m. moet blijken dat gebruik is gemaakt van technologische middelen zoals "versleuteling of een besloten computernetwerk". Dat oordeel getuigt van een te beperkte en dus onjuiste uitleg van art. 240b.1 Sr. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Spreker(s)

prof.-mr.-Hans-de-Doelder.jpg
prof. mr. Hans de Doelder

emeritus hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam, hoogleraar strafrecht- en strafprocesrecht Universiteit van Curacao

Bekijk profiel