Hoge Raad 8 juli 2011

ECLI:NL:HR:2011:BQ1684

Datum: 08-07-2011

Onderwerp(en): Opzegging en ontbinding

Rechtsgebiedenregister: Verbintenissenrecht, Burgerlijk procesrecht

Koop. Oordeel hof dat zonder ontbinding toereikende grondslag ontbreekt voor vergoeding positief contractsbelang, onjuist. Partijen kunnen zich naar aanleiding van een niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring zodanig tegenover elkaar gedragen dat daarin een nadere beëindigingovereenkomst ligt besloten. Daarnaast kan beroep op voortbestaan overeenkomst afstuiten op art. 6:248 lid 2 BW (vgl. HR 15 januari 1993, LJN ZC0822, NJ 1993/193). Wederpartij kan voorts afzien van recht op nakoming zonder dat zij daarmee ook haar rechten prijsgeeft die voortvloeien uit de niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring. In art. 6:277 en ook in art. 6:74 BW ligt besloten dat (ook) de schade die het gevolg is van niet (verder) uitvoeren overeenkomst, daaronder begrepen het zogenoemde positief contractsbelang, vergoed moet worden door de schuldenaar wiens verzuim heeft geleid tot niet (verder) uitvoeren overeenkomst. In aanmerking genomen dat beide partijen hebben gesteld dat zij zich tegenover elkaar hebben gedragen alsof overeenkomst door ontbindingsverklaring was beëindigd, heeft hof met zijn oordeel blijk gegeven van onjuiste rechtsopvatting.

Spreker(s)

mr.-ROUNDEL.jpg
dr. Christoph Jeloschek

advocaat en partner Kennedy van der Laan

Bekijk profiel
mr-v2.-ROUNDEL.jpg
mr. dr. Luuk Reurich

raadsheer plaatsvervanger Gerechtshof Den Haag, rechter plaatsvervanger Rechtbank Noord-Holland

Bekijk profiel