Hoge Raad 8 juni 2021

ECLI:NL:HR:2021:805

Datum: 08-06-2021

Onderwerp(en): Varia

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Verduistering uit hoofde van beroep (meermalen gepleegd), art. 321 Sr. Overboeken van voor cliënten van letselschadejurist bestemde geldbedragen van verzekeraars aan te merken als ‘wederrechtelijke toe-eigening’? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:1989:ZC8253 m.b.t. betekenis van begrip “zich wederrechtelijk toe-eigenen” a.b.i. art. 321 Sr. Uit bewijsvoering blijkt dat t.b.v. A en B naar derdengeldenrekening overgemaakte geldbedragen niet (geheel) aan begunstigden zijn doorbetaald en dat verdachte, die verantwoordelijk was voor bijgeschreven bedragen, toegang had tot deze gelden. Hieruit kan echter niet z.m. volgen dat verdachte zich desbetreffende geldbedragen op derdengeldenrekening van maatschap wederrechtelijk heeft toegeëigend. Bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 19/05422 P.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: