Hoge Raad 8 september 2020

ECLI:NL:HR:2020:1380

Datum: 08-09-2020

Onderwerp(en): Voorbereiding

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Medeplegen voorbereiding gewelddadige overval door plan op te zetten grote hoeveelheid geld (€ 374.000) die verdachte voor anderen naar buitenland zou vervoeren, weg te nemen (in haar appartement) op het moment dat dit geld door man naar haar zou worden toegebracht (art. 46 Sr jo. 312.2 Sr). Waren telefoons die verdachten voorhanden hadden bestemd tot begaan van voorbereid misdrijf? In art. 46.1 Sr wordt met “dat misdrijf” in zinsnede “bestemd tot begaan van dat misdrijf” gedoeld op misdrijf dat is voorbereid, en dus niet op voorbereiding zelf (vgl. ECLI:NL:HR:2013:BZ1956). Dat betekent dat object waarop in art. 46 Sr genoemde gedraging betrekking heeft, moet zijn bestemd tot begaan van misdrijf dat is voorbereid. Uit ’s hofs vaststellingen blijkt dat (prepaid) telefoons speciaal zijn aangeschaft voor overval, dat blijkens getapte telefoongesprekken telefoons van groot belang waren voor timing van overval en dat op dag van voorgenomen overval de communicatie tussen verdachte en medeverdachte B onder meer inhield dat verdachte per sms moest laten weten wanneer geld bij haar was afgeleverd, wat verdachte ook meermalen heeft gedaan. ‘s Hofs hierop gebaseerde oordeel dat telefoons bestemd waren tot begaan van misdrijf dat is voorbereid, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 19/01764, 19/01778 en 19/01779.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: