Hoge Raad 8 september 2020

ECLI:NL:HR:2020:1383

Datum: 08-09-2020

Onderwerp(en): (Voorwaardelijk) opzet

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Medeplegen voorbereiding gewelddadige overval door plan op te zetten grote hoeveelheid geld (€ 374.000) die vrouw voor anderen naar buitenland zou vervoeren, weg te nemen (in haar appartement) op het moment dat dit geld door man naar haar zou worden toegebracht (art. 46 Sr jo. art. 312.2.2 Sr). 1. Opzet op geweld bij overval? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden). In strafverzwarende zin betrekken in strafoplegging van strafrechtelijke veroordeling die nog niet onherroepelijk is voorafgaand aan begaan bewezenverklaard feit.

Ad 1. Hof heeft vastgesteld dat plan van verdachten was om hoeveelheid geld in of bij appartementencomplex waar vrouw (medeverdachte A) woonachtig was, weg te nemen kort nadat geld door iemand naar medeverdachte A toe was gebracht. Hof heeft daarbij geoordeeld dat in dit plan gebruik van geweld of bedreiging met geweld besloten ligt, omdat het niet aannemelijk is dat persoon die geld zou komen brengen grote som geld vrijwillig en zonder verzet zou afgeven aan of laten meenemen door verdachten. Daarbij heeft hof, mede ter verklaring van afwezigheid van wapens, tevens acht geslagen op postuur van medeverdachten B en C, getalsmatig overwicht van verdachten en dreiging die uitgaat van personen met bivakmutsen. In het licht van bewijsvoering zijn deze vaststellingen en daarop gebaseerd oordeel m.b.t. gebruik van geweld of bedreiging met geweld bij voorgenomen diefstal in vereniging, niet onbegrijpelijk. Bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd.

Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM9968 en ECLI:NL:HR:2017:2391 m.b.t. betrekken van niet tlgd. feit bij strafoplegging. In strafmotivering komt tot uitdrukking dat hof i.h.b. gewicht heeft toegekend aan omstandigheid dat verdachte niettegenstaande eerdere veroordeling voor gewelds- en vermogensdelicten zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan zo’n strafbaar feit. Deze veroordeling was echter nog niet onherroepelijk t.t.v. begaan van feit waarop strafoplegging betrekking heeft. Strafoplegging is daarom, gelet op wat hiervoor is vooropgesteld, ontoereikend gemotiveerd.

Volgt partiële vernietiging (t.a.v. strafoplegging) en terugwijzing. Samenhang met 19/01764, 19/01779 en 19/01820.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: