Verzuim te beslissen op een verweer i.d.z.v. art. 359a leidt i.c. niet tot cassatie.

HR stelt voorop de relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2004:AM2533 dat van de verdediging die een beroep doet op een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv, mag worden verlangd dat duidelijk en gemotiveerd a.d.h.v. de in art. 359a.2 Sv vermelde factoren wordt aangegeven tot welk in art. 359a Sv omschreven rechtsgevolg dit dient te leiden, aangezien alleen op een zodanig verweer door de rechter een met redenen omklede beslissing moet worden gegeven. Het Hof heeft het door de raadsman aangevoerde kennelijk niet opgevat als een verweer i.d.z.v. art. 359a Sv waarop bepaaldelijk een met redenen omklede beslissing diende te worden gegeven. Gelet enerzijds op vooropgestelde en anderzijds op hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht, getuigt dat oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk.

Spreker(s)

mr.-Rob-ter-Haar.jpg
mr. Rob Ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht

Bekijk profiel
mr.-Gerlof-Meijer.jpg
mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel, auteur, docent en theatermaker

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: