Hoge Raad 9 november 2021

ECLI:NL:HR:2021:1661

Datum: 09-11-2021

Onderwerp(en): Voorwaardelijk opzet

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Caribische zaak. Medeplegen van opzettelijke invoer van marihuana (art. 4.1 jo. 11.2 Opiumwet 1960 BES) en van voorhanden hebben van munitie (art. 3.1 jo. 11 Vuurwapenwet BES) op Bonaire. Motivering van beslissingen inzake voorlopige hechtenis. 1. Bewijsklacht opzet op invoer van marihuana en voorhanden hebben van munitie. 2. Door hof gegeven bevel gevangenneming toereikend gemotiveerd?

Ad 1. Uit bewijsoverweging van hof blijkt dat hof heeft vastgesteld dat verdachte de tlgd. feiten heeft begaan “met vol opzet”. Uit de door hof gebruikte bewijsvoering kan echter niet z.m. worden afgeleid dat verdachte met de inhoud van de aan boord van de boot, waarvan hij de kapitein was, aanwezige rode zakken en zwarte tas bekend was. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.

Ad 2. O.g.v. art. 108.2 Sv BES kan hof bij zijn einduitspraak, niettegenstaande een eerder beëindigde voorlopige hechtenis, de gevangenneming van verdachte bevelen. Deze beslissing moet ex art. 44 Sv BES worden gemotiveerd. Tevens moet beslissing aan de eisen van art. 110.2 Sv BES voldoen, o.m. door vermelding van f&o waaruit blijkt dat in het concrete geval de in art. 101 Sv BES gestelde voorwaarden zijn vervuld. De motivering van het bevel tot gevangenneming voldoet niet daaraan. Dit leidt echter bij gebrek aan belang niet tot cassatie. Ook als HR de bestreden uitspraak vernietigt en de zaak naar het hof terugwijst, blijft ex art. 108.4 Sv BES het door hof gegeven bevel tot gevangenneming in stand totdat de einduitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, behoudens invrijheidstelling ex art. 103, 105, 107 en 108.5 Sv BES.

Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. motivering bevel gevangenneming (wel belang bij cassatie).

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: