Gerechtshof 's-Hertogenbosch 21 april 2026 Rechtbank Midden-Nederland 14 april 2026 Rechtbank Limburg 31 maart 2026 Rechtbank Oost-Brabant 30 maart 2026 Rechtbank Overijssel 30 maart 2026 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2025:1248 Hoge Raad 9 september 2025

ECLI:NL:HR:2025:1248

Rechtbank:Hoge Raad

Datum: 09-09-2025

Onderwerp: Opzet

Overige onderwerpen: ECLI:NL:HR:2025:1226

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


Inhoudsindicatie:

Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van amfetamine en/of MDMA, art. 10a.1.3 Opiumwet. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten m.b.t. redengevendheid van buiten bewezenverklaarde periode gevoerde telefoongesprekken voor bewezenverklaring, bestemmingsvereiste en opzet. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. Volgt verwerping. Samenhang met 24/02552.


Uitspraak:

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02538

Datum 9 september 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 juli 2024, nummer 20-002228-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.

2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 44.

3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 september 2025.

Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel, docent Universiteit Utrecht