Hoge Raad 12 maart 2024 Gerechtshof Den Haag 12 februari 2024 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12 januari 2024 Hoge Raad 9 januari 2024 Gerechtshof Den Haag 27 december 2023 Bekijk alles
ECLI:NL:HR:2018:717 Hoge Raad 15 mei 2018

ECLI:NL:HR:2018:717

Datum: 15-05-2018

Onderwerp: Bewijs tijdens het o.t.t.

Overige onderwerpen: Bewijsminimum, Logeerpartijen, Unus testis

Rechtsgebiedenregister: Strafrecht

Vindplaats: Avdr.nl


OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. ontucht met 9-jarige jongen, art. 247 Sr. Unus testis, art. 342.2 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. Middel betoogt terecht dat niet vereist is dat het steunbewijs betrekking dient te hebben op de tlgd. (ontuchtige) gedragingen. Hof heeft dit niet miskend. Hof heeft geoordeeld dat en waarom de door de jongen gereleveerde f&o wat betreft de tlgd. gedragingen op zichzelf staan en onvoldoende concrete steun vinden in ander bewijsmateriaal. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het kan, verweven als het is met aan de feitenrechter voorbehouden weging en waardering van feitelijke aard, in cassatie niet verder worden getoetst. CAG (anders): ’s Hofs kennelijke rechtsopvatting dat voor het voldoen aan het bewijsminimum van art. 342.2 Sv is vereist dat voor de getuigenverklaring op het punt van de “kern” van het tlgd. (de specifieke ontuchtige handelingen) steun is te vinden in het overige bewijsmateriaal, is onjuist.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Rob ter Haar

plaatsvervangend rechter Rechtbank Overijssel docent Universiteit Utrecht

mr. Gerlof Meijer

senior rechter Rechtbank Overijssel auteur, docent en theatermaker