Hoge Raad 25 oktober 2016

ECLI:NL:HR:2016:2418

Datum: 25-10-2016

Onderwerp(en): Verschoningsrecht

Rechtsgebiedenregister: Huurrecht, Verbintenissenrecht, Burgerlijk procesrecht, Arbeidsrecht

Beklag. Beslag onder verschoningsgerechtigde (advocaat). Ingevolge art. 98.4 Sv kan de verschoningsgerechtigde tegen de beschikking van de R-C ex art. 552a Sv een klaagschrift indienen bij de Rb. Nu de Rb. heeft vastgesteld dat de klager m.b.t. de bedoelde bestanden zich op zijn verschoningsrecht heeft beroepen en de R-C daaromtrent (nog) niet heeft beslist, had de Rb. de behandeling van het klaagschrift dienen aan te houden en de stukken in handen van de R-C moeten stellen teneinde een beschikking te geven a.b.i. art. 98.1 Sv. Het oordeel van de Rb. dat het klaagschrift in afwachting van de beschikking van de R-C ongegrond moet worden verklaard, is onjuist. Volgt terugwijzing.

Spreker(s)

Gert-van-Rijssen.jpg
prof. mr. Gert van Rijssen

raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, bijzonder hoogleraar rechtspraak Radboud Universiteit Nijmegen

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: