Herziening. De inhoud van de bij de aanvrage gevoegde stukken geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat de aanvrager minderjarig was ten tijde van het begaan van het bewezenverklaarde feit. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met die omstandigheid bekend geweest, de “Bijzondere bepalingen voor jeugdige personen”, zijnde “een minder zware strafbepaling” in de zin van art. 457.1 aanhef en onder 2° Sv zou hebben toegepast. De HR verklaart de aanvrage tot herziening gegrond.

Spreker(s)

Ad.jpg
mr. bc. Ad van der Linden

oud-kinderrechter en raadsheer-plaatsvervanger, medewerker Familie- en Jeugdrecht Universiteit Utrecht, plaatsvervangend voorzitter (Tucht)College van Beroep SKJ (Jeugdhulp), voorzitter regionale klachtencommissie Jeugdhulp Eemland

Bekijk profiel
prof-v2.-mr.-P.-Vlaardingerbroek-image.jpg
prof. mr. Paul Vlaardingerbroek

hoogleraar Familie- en Personenrecht Universiteit Tilburg, raadsheer-plaatsvervanger Hof 's-Hertogenbosch, rechter-plaatsvervanger Rechtbank Rotterdam

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: