Raad van State 29 april 2020

ECLI:NL:RVS:2020:1167

Datum: 29-04-2020

Onderwerp(en): Overzicht uitspraken: Wet Bodembescherming

Rechtsgebiedenregister: Bestuursrecht

Bij besluit van 14 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bunschoten het waterschap Vallei en Veluwe gelast om de gevolgen van de verontreiniging die is ontstaan door het gebruiken van grond voor het verbreden en verstevigen van de Westdijk in Bunschoten ongedaan te maken.

Het waterschap heeft in 2016 thermisch gereinigde grond gebruikt om de Westdijk in Bunschoten te verbreden en verstevigen. Naar aanleiding van klachten over kwaliteitsverslechtering van het oppervlaktewater zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd en is het college tot de conclusie gekomen dat de bodem en het grondwater zijn verontreinigd. Het college stelt zich op het standpunt dat het waterschap heeft gehandeld in strijd met artikel 13 van de Wet bodembescherming, waarin de verplichting is opgenomen om de gevolgen van een verontreiniging van de bodem zoveel mogelijk te voorkomen, beperken en ongedaan te maken.

Spreker(s)

mr.-Thomas-van-Zon.jpg
mr. Thomas van Zon

advocaat-stagiair Kennedy van der Laan

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: