Rechtbank Amsterdam 24 juni 2009

ECLI:NL:RBAMS:2009:BL6729

Datum: 24-06-2009

Onderwerp(en): Vaststelling vordering

erfrecht, ouderlijke boedelverdeling

Ouderlijke boedelverdeling. Dat betekent voor de erfgenamen een verdeling waarbij alle goederen van de nalatenschap naar de langstlevende echtgenoot gaan en de kinderen een vordering op de langstlevende (i.c. hun stiefouder) krijgen, die pas opeisbaar is na het overlijden van de langstlevende.

Om de hoogte van de (nog niet opeisbare) vorderingen te berekenen, moet de omvang van de nalatenschap worden vastgesteld. Daarvoor zal een boedelbeschrijving moeten worden opgemaakt. Dat is de taak van de executeur (artikel 4:146 BW).

Op grond van artikel 4:16 lid 4 BW hebben bij een (thans, onder het nieuwe recht geldende) wettelijke verdeling de echtgenoot en ieder kind jegens elkaar recht op inzage in en afschrift van alle bescheiden en andere gegevensdragers, die zij voor de vaststelling van hun aanspraken behoeven; de daartoe strekkende inlichtingen worden door hen desverzocht verstrekt. Nu de wettelijke verdeling gebaseerd is op de (onder het oude recht geldende) ouderlijke boedelverdeling, is de rechtbank van oordeel dat voor de nog onder het oude recht tot stand gekomen ouderlijke boedelverdeling in redelijkheid ook de regeling van artikel 4:16 lid 4 BW heeft te gelden.

Spreker(s)

mr.-A.N.-Labohm-image.jpg
mr. A.N. Labohm

senior raadsheer Hof Den Haag

Bekijk profiel
prof-v2.-mr.-A.H.N.-Stollenwerck-image.jpg
prof. mr. A.H.N. Stollenwerck

Em. Bijzonderhoogleraar VU Amsterdam, raadsheer Gerechtshof Den Haag

Bekijk profiel

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: