Hoge Raad 26 april 2024 Hoge Raad 5 april 2024 Hoge Raad 5 april 2024 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2024 Rechtbank Rotterdam 4 april 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:RBAMS:2008:BG8560 Rechtbank Amsterdam 29 december 2008

ECLI:NL:RBAMS:2008:BG8560

Datum: 29-12-2009

Uitspraak naam: ABN AMRO/Schmittmann

Onderwerp: Beloning

Rechtsgebiedenregister: Arbeidsrecht

Vindplaats: Avdr.nl


De kantonrechter oordeelde over het verzoek ex artikel 96 Rv van ABN AMRO en van S, mede naar aanleiding van een door S. gedaan tegenverzoek.

Geoordeeld wordt dat met S. bij zijn toetreding tot de Raad van Bestuur duidelijke afspraken zijn gemaakt en die afspraken zijn rechtsgeldig en afdwingbaar. Die afspraken belopen ruim € 16 miljoen. Daarbij wordt geoordeeld dat een ontslagvergoeding van € 8.346.769,00 in absolute zin buitensporig hoog geacht kan worde, maar de daaraan ten grondslag liggende factoren zijn echter gebruikelijk en redelijk, namelijk de duur van het (lange) dienstverband (26 jaar) van S., zijn leeftijd (52 jaar) en de hoogte van zijn salaris met de gemiddelde bonus over de laatste drie jaar. Bij het maken van de afspraken met S. was de hoogte van dit bedrag ook bij de ABN AMRO bekend. Hoe hoog de beloning ook is, ABN AMRO en Fortis achtten die kennelijk in de destijds geldende omstandigheden gerechtvaardigd om S. over te halen de functie in de Raad van Bestuur te accepteren. De ABN AMRO heeft daartegenover rechtens onvoldoende gesteld om aan S. gedane toezeggingen niet na te komen. .

S. heeft zijn vordering beperkt tot het bedrag van € 8 miljoen. Erkend is dat hij altijd goed heeft gefunctioneerd. De beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst komt voort uit de wens van de Staat, als nieuwe aandeelhouder, zijn taken en bevoegdheden door een ander, door haar aangezocht nieuw lid van de Raad van Bestuur, te laten uitvoeren. Daarmee valt het einde van de arbeidsovereenkomst in de risicosfeer van ABN AMRO. En dat de financiële crisis de resultaten van ABN AMRO in relevante mate onder druk heeft gesteld, is onvoldoende inzichtelijk geworden. In dat licht oordeelt de kantonrechter dat het door S. gevraagde bedrag bij het einde van de arbeidsovereenkomst, aan ontslagvergoeding, bonussen én een eerder toegezegde blijf-premie, tot het bedrag van € 8 miljoen redelijk is.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)