ECLI:NL:RBDHA:2021:466

Datum: 26-01-2021

Onderwerp: Procesrecht

Rechtsgebiedenregister: Vreemdelingenrecht

Vindplaats: Extern

Verwijzingsuitspraak - wijze en intensiteit toetsing door de rechter van de maatregel van vreemdelingenbewaring – doeltreffende voorziening in rechte.De rechtbank stelt in aanvulling op de verwijzingsuitspraak van de Afdeling van 23 december 2020 drie aanvullende prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.De rechtbank vraag het Hof om een nadere uitleg van artikel 47 Handvest als het gaat om de procedure waarbij een vreemdeling kan opkomen tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring. De rechtbank vraagt het Hof om uit te leggen of de procedurele waarborgen waarin in deze procedure is voorzien uit het oogpunt van rechtsbescherming volstaan om te kwalificeren als een doeltreffende voorziening in rechte. De vragen zien op het verbod om de rechtmatigheid van de vreemdelingenbewaring ambtshalve te onderzoeken en beoordelen en op de wettelijke bevoegdheid voor de Afdeling om te kunnen volstaan met een “verkorte motivering”. De rechtbank vraagt het Hof om aan te geven of de beantwoording van deze vragen anders luidt als de gedetineerde vreemdeling minderjarig is. Indien het Hof de nationale rechtspraktijk waarin de rechter in tweede en hoogste aanleg kan volstaan met een verkorte motivering in bewaringszaken onverenigbaar acht met het Unierecht, verzoekt de rechtbank het Hof om deze vraag ook te beantwoorden voor overige vreemdelingrechtelijke procedures.De rechtbank heeft het Hof verzocht om behandeling in de prejudiciële spoedprocedure omdat de vreemdeling is gedetineerd. Aanvullend is verzocht om voeging met de verwijzingsuitspraak van de Afdeling en om een mondelinge behandeling.

Ga naar uitspraak