Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 maart 2024 Rechtbank Den Haag 22 maart 2024 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2024 Gerechtshof Den Haag 19 maart 2024 Rechtbank Midden-Nederland 13 maart 2024 Bekijk alles
ECLI:NL:RBDHA:2018:896 Rechtbank Den Haag 29 januari 2018

ECLI:NL:RBDHA:2018:896

Datum: 29-01-2018

Onderwerp: Jurisprudentie

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht, Jeugdrecht civiel

Vindplaats: Extern



Reikwijdte artikel 1:262b BW/geschillenregeling
De moeder wil graag dat haar moeder/grootmoeder als netwerkpleegouder wordt aangemerkt. Een pleegzorginstantie heeft daartoe onderzoek verricht en de grootmoeder niet geschikt bevonden. De gecertificeerde instelling (GI) heeft verklaard die beslissing van de pleegzorginstantie te zullen volgen. De moeder verzoekt in het kader van de geschillenregeling (artikel 1:262b BW) de beslissing van de GI om het besluit van de pleegzorginstantie te volgen, te vernietigen. Volgens de GI is de geschillenregeling hiervoor niet bedoeld. De rechtbank is het daarmee niet eens. Nu de wetgever niet concreet heeft aangegeven welke gevallen wel of niet onder de geschillenregeling geschaard kunnen worden, is het aan de rechtspraak dit nader in te vullen. De mogelijkheden van de moeder om tussentijds tegen een lopende machtiging tot uithuisplaatsing op te komen, staan limitatief staan opgesomd in artikel 1:265d lid 2 BW. Een wijziging van de verblijfplaats – of een daarmee samenhangend verzoek zoals hier aan de orde is – is daarin niet opgenomen. Die rechtsingang dient naar het oordeel van de rechtbank wel mogelijk te zijn via artikel 1:262b BW. Zulks temeer nu de keuze van de GI om de beslissing van de pleegzorginstantie om de grootmoeder niet als netwerkpleegouder aan te merken te volgen, evident de wijze van uitvoering van de opgelegde kinderbeschermingsmaatregelen betreft.

Ga naar uitspraak