ECLI:NL:RBGEL:2022:1261

Datum: 21-02-2022

Onderwerp: Gezag & Omgang

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

Vindplaats: Extern



Betreft een kind van 11 jaar dat is geboren als meisje maar heeft aangegeven zich een jongen te voelen. Uit onderzoek is gebleken dat de minderjarige kampt met genderdysforie. De minderjarige krijgt sinds enige tijd passende psychologische ondersteuning van een organisatie die gespecialiseerd is in genderidentiteitsvraagstukken en genderdysforie (waarvoor de vader eerst wel en toen weer niet zijn toestemming verleende) maar kan pas in de eerste helft van 2022 terecht bij de genderpoli van het Radboud UMC. Inmiddels begint bij de minderjarige de ontwikkeling van vrouwelijke vormen en kenmerken. De moeder ondersteunt de wens van de minderjarige voor het inzetten van puberteitsremmende medicatie waarmee de vrouwelijke ontwikkeling wordt geremd en verzoekt vervangende toestemming om aan de minderjarige hormoonremmers/puberteitsremmers te verstrekken en voor het voortzetten van de psychologische behandeling van de minderjarige (gezien de eerdere ambivalentie van de vader). De vader verzet zich tegen het verzochte. Hij vindt het allemaal te snel gaan. De vader vraagt zich af hoe zeker de minderjarige weet dat hij een man wil zijn. Volgens de vader moet de minderjarige ouder zijn om hierover zelf een beslissing te kunnen nemen. Het verzochte moet dan ook worden afgewezen. De vader wil eerst de uitkomsten van het onderzoek door het Radboud UMC of UMC Amsterdam af te wachten. De vader geeft nu wel (weer) toestemming voor de psychologische ondersteuning van de minderjarige. Uit het zelfstandig verzoek van de vader blijkt dat de communicatie tussen de ouders al lange tijd ernstig verstoord is en dat de weerstand van de vader ook voortkomt uit de wijze hoe hij door de moeder niet dan wel via algemene berichten op Facebook over de ontwikkelingen (problematiek, naamswijziging) rondom de minderjarige wordt ingelicht.
De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven de behoefte te hebben om ook met de 11-jarige minderjarige te spreken, hetgeen een dag later plaatsvindt. De rechtbank acht zich dan voldoende geïnformeerd en neemt een beslissing.

Ga naar uitspraak