Gerechtshof Amsterdam 12 december 2023 Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden 4 december 2023 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 juli 2023 Gerechtshof Den Haag 11 juli 2023 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 juli 2023 Bekijk alles
ECLI:NL:RBLIM:2022:753 Rechtbank Limburg 12 januari 2022

ECLI:NL:RBLIM:2022:753

Datum: 12-01-2022

Onderwerp: CMR

Rechtsgebiedenregister: Transport- en handelsrecht

Vindplaats: Avdr.nl



Vervoersrecht. Internationaal vervoer over de weg van een lading voedingsmiddelen van België naar het Verenigd Koninkrijk. De producent heeft X, gevestigd te Venlo, opdracht tot het vervoer gegeven. X heeft het vervoer uitbesteed aan eiseres, gevestigd te Denemarken. Eiseres heeft het vervoer uitbesteed aan gedaagde, gevestigd te Bulgarije, die uiteindelijk als feitelijk vervoerder de lading in België in ontvangst heeft genomen. Voordat de lading aankwam in het Verenigd Koninkrijk is de lading beschadigd geraakt, waardoor deze vernietigd moest worden. De producent is in Nederland een procedure gestart tegen X. X heeft eiseres in vrijwaring opgeroepen. Deze hoofd- en vrijwaringszaak zijn uiteindelijk op verzoek van die partijen doorgehaald op de rol omdat zij een regeling hadden bereikt.
Onderhavige zaak betreft een zelfstandige regresvordering van eiseres op de feitelijk vervoerder.
Tegen gedaagde is verstek verleend, waarna eiseres vonnis heeft gevraagd.
De Nederlandse rechter heeft geen rechtsmacht. De regeling voor opvolgend vervoer (artikel 39 lid 2 CMR) schept geen rechtsmacht, omdat niet gesteld of gebleken is dat eiseres een schadevergoeding heeft betaald aan de andere vervoerder. Artikel 8 Brussel I bis-Vo/EEX-Vo (herschikt) biedt ook geen grond voor rechtsmacht omdat geen sprake is van een vordering tot vrijwaring, voeging of tussenkomst, maar van een zelfstandige regresvordering. Zelfs al zou worden aangenomen dat sprake is van een vordering tot vrijwaring (althans een zelfstandige ondervrijwaringsprocedure) dan is geen sprake van een situatie dat onderhavige zaak afhankelijk is van de uitkomst van een andere (hoofd)zaak. Daarom schept artikel 8 lid 2 Brussel I bis-Vo naar het oordeel van de rechtbank ook geen rechtsmacht.

Ga naar uitspraak
Spreker(s)

mr. Rutger Evers

advocaat en partner Legaltree