Hoge Raad 2 februari 2024 Hoge Raad 8 december 2023 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 november 2023 Rechtbank Noord-Nederland 24 november 2023 Hoge Raad 17 november 2023 Bekijk alles
ECLI:NL:RBNHO:2020:8795 Rechtbank Noord-Holland 28 oktober 2020

ECLI:NL:RBNHO:2020:8795

Datum: 28-10-2020

Onderwerp: Toewijzing

Rechtsgebiedenregister: Personen- en familierecht

Vindplaats: Extern

Wijziging ouderlijk gezag na kindbrief. Het gezin heeft een belaste voorgeschiedenis met een zeer conflictueuze echtscheiding. Ook heeft de minderjarige de vader en haar halfbroer beschuldigd van seksueel misbruik. Dit is echter nooit vastgesteld, en de zaak is na onderzoek door het OM geseponeerd. De minderjarige heeft alleen nog sporadisch telefonisch/via WhatsApp contact met haar vader. Zij voelt het als een belasting dat hij nog mede het gezag over haar heeft, terwijl hij verder niet betrokken is bij haar leven. De minderjarige ziet beëindiging van zijn gezag als een kans om met een schone lei opnieuw te beginnen. De kinderrechter ziet dat de vader zijn uiterste best heeft gedaan geen druk op de minderjarige uit te oefenen, en haar niet dwars te zitten. Hij heeft bijvoorbeeld telkens ingestemd met de wensen van zijn dochter met betrekking tot de omgang, als gevolg waarvan hij haar nu niet meer ziet. De kinderrechter ziet het belang van de vader – en van zijn familie – om het laatste restje binding met de minderjarige te behouden. De kinderrechter constateert echter dat de minderjarige zeer gekwetst en beschadigd is. Zij heeft haar leven voor zich en wil dit zelf vormgeven. De kinderrechter is van oordeel dat daarvoor nodig is dat zoveel mogelijk ballast bij haar wordt weggehaald, wat betekent dat het gezag van de vader wordt beëindigd. De kinderrechter benadrukt hierbij dat de beslissing niet voortkomt uit de eerdere verdenkingen van misbruik, waarvoor nooit enige reële aanwijzing is gevonden.

Ga naar uitspraak