Rechtbank Noord-Nederland 4 november 2019

ECLI:NL:RBNNE:2019:4504

Datum: 04-11-2019

Onderwerp(en): Het novum van art. 4:194a BW

Rechtsgebiedenregister: Erfrecht

Verzoek om een machtiging om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden (artikel 4:194a lid 1 BW) toegewezen. Ruim een jaar na het overlijden van erflaatster in 2018 ontvangen de erfgenamen (verzoekers) een brief van hun voormalige schoonzus (verweerster sub 1) waarin wordt gesteld dat zij in 2011 een bedrag van € 145.094,- onverschuldigd heeft betaald aan erflaatster en waarin zij betaling van dit bedrag vordert van verzoekers. Verzoekers hebben geen onderzoek gedaan naar het bestaan van een testament en wisten niet dat er bij testament een geldlening was gelegateerd aan de vooroverleden echtgenoot van verweerster sub 1 of zijn afstammelingen. De kantonrechter overweegt dat, ook als verzoekers het testament wel hadden opgevraagd en dus wisten van de geldlening en het legaat, blijkt niet dat verzoekers wisten of hadden moeten weten dat die lening in 2011 onverplicht was afgelost door verweerster sub 1. Het enkele feit dat er een aanzienlijk bedrag is geschonken door erflaatster aan verzoekers is daarvoor onvoldoende.

Uitspraken met hetzelfde onderwerp: